ECLI:NL:RVS:2016:2447
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- E. Helder
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling compensatie bouwkosten na weigering bouwvergunning Amerongen
Appellant diende in 2007 een principeaanvraag in voor het bouwen van een vrijstaande woning te Amerongen. Het college gaf aanvankelijk aan geen bezwaren te hebben, mits aan stedenbouwkundige voorwaarden werd voldaan. In 2008 weigerde het college de bouwvergunning en vrijstelling te verlenen. Na diverse procedures en uitspraken, waaronder vernietigingen van eerdere besluiten, ontstond discussie over compensatie van door appellant gemaakte kosten voor het aanpassen van het bouwplan.
De rechtbank had appellant deels gelijk gegeven en een compensatie vastgesteld, maar het college stelde dat de aanvraag niet voldeed aan de voorwaarden uit de brief van 31 augustus 2007, waardoor geen compensatie verschuldigd zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat compensatie alleen mogelijk is indien de kosten te herleiden zijn tot de aanvraag en de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden.
De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat aan deze voorwaarden was voldaan. Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het college gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2014 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2014 wordt afgewezen.