ECLI:NL:RVS:2016:247
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende verblijfseis
De appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen vanwege het niet voldoen aan de vereiste van minimaal vijf jaar onafgebroken verblijf in Nederland voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De appellant voerde aan dat de rechtbank artikel 8, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) onjuist had uitgelegd en dat het beleid van de staatssecretaris intern tegenstrijdig zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat zowel op het moment van indiening als bij het besluit aan de samenwoningseis moet worden voldaan. Ook het betoog over het vermeende tegenstrijdige beleid faalde omdat appellant dit niet in eerste aanleg had aangevoerd en onvoldoende bewijs had geleverd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd.