ECLI:NL:RVS:2016:2481
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens overschrijding redelijke termijn
Bij besluit van 4 januari 2012 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van € 552.000,- op aan [appellante sub 2] wegens 69 overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Amsterdam werd de boete verminderd tot € 493.500,-. Zowel de minister als [appellante sub 2] stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de minister ongegrond was en het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het bezwaar- en boetebesluit herroepen wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van een vergoeding van € 1.000,- aan [appellante sub 2] wegens deze termijnoverschrijding.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van het betaalde griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit. Hiermee werd het boetebesluit definitief herroepen en de procedurekosten en schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en herroepen wegens overschrijding van de redelijke termijn, met toekenning van een vergoeding en proceskosten aan appellant.