ECLI:NL:RVS:2016:2504
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning woningbouw vanwege ontbreken belanghebbendheid
Het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard verleende op 25 september 2014 een omgevingsvergunning voor het oprichten van een woning met vrijstaande garage op een perceel. Appellanten, wonend op een nabijgelegen perceel, stelden beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde hun beroep niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbenden waren bij het besluit.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij wel als belanghebbenden moesten worden aangemerkt. De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat belanghebbenden een voldoende objectief bepaalbaar, eigen en persoonlijk belang moeten hebben dat rechtstreeks door het besluit wordt geraakt. Gezien de afstand van ongeveer 88 meter tussen de percelen, het aanwezige kassencomplex dat zicht belemmert en de geringe ruimtelijke gevolgen van het bouwplan, was niet aannemelijk dat appellanten een rechtstreeks belang hadden.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin een uitrit bij een tuincentrum een ander belang vertegenwoordigde vanwege verkeers- en geluidsbelasting, wat hier niet aan de orde was. De rechtbank had derhalve terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.