ECLI:NL:RVS:2016:2510
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over recht op zorg- en huurtoeslag bij wijziging verblijfsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond werd verklaard. De Belastingdienst had de voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag voor 2013 opnieuw vastgesteld op basis van gewijzigde verblijfsvergunningen die met terugwerkende kracht de geldigheid van de vergunningen van appellant en zijn gezin vanaf 24 juni 2013 lieten ingaan.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, stellende dat de intrekking van de eerdere verblijfsvergunningen niet formeel was gebeurd en dat hij rechtmatig verblijf had gehad gedurende heel 2013. De rechtbank oordeelde dat de besluiten van de staatssecretaris van 5 september 2013 materieel neerkwamen op een intrekking met terugwerkende kracht, waardoor appellant geen rechtmatig verblijf had in de eerste helft van 2013 en dus geen recht op toeslagen.
De Raad van State bevestigt dit oordeel. De verblijfstitelcode 98, die door de IND was toegekend voor de periode tot 24 juni 2013, betekent geen rechtmatig verblijf. De wijziging van de verblijfsvergunningen per 5 september 2013 en de gewijzigde ingangsdatum van 24 juni 2013 zijn doorslaggevend. Het ontbreken van formele intrekkingsbesluiten maakt geen verschil voor het rechtsgevolg. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen recht had op zorg- en huurtoeslag voor januari tot juni 2013.