ECLI:NL:RVS:2016:254
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderopvangtoeslag wegens onterecht partnerbegrip
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar voorschot kinderopvangtoeslag over 2013, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen het inkomen van haar broer als toeslagpartner had meegeteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de broer van appellante als toeslagpartner kon worden aangemerkt, terwijl appellante stelde dat zij een gedeelte van de woning van haar broer huurde op basis van een schriftelijke huurovereenkomst. De Raad van State oordeelde dat appellante met de huurovereenkomst aannemelijk had gemaakt dat zij onder de uitzondering van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir viel, waardoor haar broer niet als toeslagpartner kon worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het besluit van 29 april 2014 en het primaire besluit van 31 december 2013, waardoor het oorspronkelijke voorschot van € 21.015,00 herleefde. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt vernietigd en het oorspronkelijke voorschot kinderopvangtoeslag wordt hersteld.