ECLI:NL:RVS:2016:2556
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vergoeding rechtsbijstand in supersnelrechtzaak en proceskostenveroordeling
De zaak betreft een geschil over de vergoeding voor verleende rechtsbijstand in een supersnelrechtzaak. De raad kende een vergoeding toe van 4 punten, maar weigerde een toeslag van 2 punten toe te kennen voor de behandeling van een gevangennemingsvordering. De rechtbank oordeelde dat deze toeslag wel verschuldigd was en veroordeelde de raad tevens in de proceskosten.
De raad ging in hoger beroep en betoogde dat de maximale vergoeding voor supersnelrechtzaken 4 punten is, gebaseerd op een pilot en de toelichting bij het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr). De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de tekst van artikel 16 Bvr Pro duidelijk is en dat een toeslag toegekend moet worden indien over gevangenneming is geoordeeld, ook bij supersnelrechtzaken.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de raad in de proceskosten werd veroordeeld, omdat het uitgangspunt is dat advocaten geen proceskosten hoeven te maken voor procedures over vergoedingen voor hun eigen rechtsbijstand. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de rest van de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De toeslag van 2 punten voor behandeling gevangenneming in supersnelrechtzaak wordt toegekend, maar de proceskostenveroordeling tegen de raad wordt vernietigd.