ECLI:NL:RVS:2016:2577
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over misbruik van bevoegdheid bij Wob-verzoeken en niet-ontvankelijkverklaring beroep
De minister van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die het beroep van appellant en anderen gegrond verklaarde en de minister opdroeg bepaalde informatie openbaar te maken. De verzoeken om openbaarmaking waren ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of appellant en anderen misbruik hadden gemaakt van de bevoegdheid om Wob-verzoeken in te dienen en daarop voortbouwende rechtsmiddelen te nemen. Gelet op het procesgedrag van hun gemachtigde, die ook in eerdere zaken was veroordeeld wegens misbruik van deze bevoegdheid, concludeerde de Afdeling dat sprake was van misbruik. De verzoeken waren vaag geformuleerd en hadden tot doel het verkrijgen van informatie voor procedures tegen verkeersboetes, waarvoor andere wettelijke grondslagen bestaan.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De minister had belang bij het hoger beroep en er was geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 28 september 2016.
Uitkomst: Het beroep van appellant en anderen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid bij het indienen van Wob-verzoeken.