ECLI:NL:RVS:2016:2585
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde op 23 februari 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens toetste de Afdeling het oorspronkelijke besluit van 23 februari 2016 aan de door de vreemdeling in eerste aanleg aangevoerde beroepsgronden.
De vreemdeling voerde aan dat er geen objectieve rechtvaardiging bestond voor het onderscheid dat de staatssecretaris maakte tussen de beoordeling van intrekking van een verblijfsvergunning en de afwijzing van een asielaanvraag binnen dezelfde bevolkingsgroep. De Afdeling verwierp dit betoog op basis van een eerdere uitspraak. Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.