ECLI:NL:RVS:2016:2594
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gefingeerd dienstverband bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf afgewezen
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat de referente niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte. De vreemdeling had een arbeidsovereenkomst en loonstroken overgelegd, maar de staatssecretaris vermoedde dat het dienstverband gefingeerd was op basis van een telefoonnotitie en een proces-verbaal van de vreemdelingenpolitie.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de verklaringen van de werkgever doorslaggevend had gevonden en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd van de werkzaamheden van de referente. Ook vond de Raad het terecht dat de staatssecretaris bevreemd was over de inconsistenties in de verklaringen over de werkplek van de referente.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van een niet-gefictioneerd dienstverband.