ECLI:NL:RVS:2016:2609
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling kosten 2011
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 19 maart 2014 de kinderopvangtoeslag van appellant over 2011 definitief vast op €17.852,00 en vorderde €13.888,00 terug wegens niet-betaling van de kosten. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zij de kosten wel had betaald, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening vanwege termijnoverschrijding en dat zij de kosten met bankafschriften had aangetoond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid tot herziening niet is beperkt door de termijnen in artikel 19 Awir Pro, maar vervalt vijf jaar na het toeslagjaar. De herziening in 2014 was tijdig. Verder kon appellant niet per kind aantonen dat de kosten volledig waren betaald, omdat de betaalde bedragen niet overeenkwamen met de verschuldigde kosten volgens jaaropgaven en betalingsoverzichten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd niet in behandeling genomen omdat dit niet eerder was aangevoerd.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn werd afgewezen omdat de enkele termijnoverschrijding onvoldoende is voor aansprakelijkheid. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.