ECLI:NL:RVS:2016:2665
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroepen intrekking verblijfsvergunningen asiel
Bij besluiten van 3 maart 2015 heeft de staatssecretaris de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van drie Afghaanse vreemdelingen ingetrokken, omdat de rechtsgrond voor verlening was komen te vervallen door de nareis van de echtgenoot, waardoor de hoofdvreemdeling niet langer tot de specifieke groep van alleenstaande vrouwen behoorde.
De rechtbank had de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard en de besluiten vernietigd. De staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond.
De Raad oordeelt dat de staatssecretaris terecht de vergunningen heeft ingetrokken, omdat de rechtsgrond voor verlening was vervallen. Het vertrouwensbeginsel wordt niet geschonden omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezegging is gedaan dat de vergunningen niet zouden worden ingetrokken. Verder faalt het beroep op het ontbreken van een aanvullend gehoor en op medische gronden.
De Raad bevestigt dat er geen sprake is van een reëel risico op onmenselijke behandeling voor de vreemdelingen bij terugkeer naar Afghanistan, ook niet voor het meerderjarige kind dat risico zou lopen om ingezet te worden in de strijd. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.