ECLI:NL:RVS:2016:2719
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen
De vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot, de referent, te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste zoals vastgelegd in het Vreemdelingenbesluit 2000, aangezien zijn bruto inkomen lager was dan de norm en zijn netto-uitkering onder de bijstandsnorm lag.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd omdat zij oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte geen rekening had gehouden met de algemene heffingskorting en onvoldoende concreet had beoordeeld of de vreemdeling en referent voldeden aan het middelenvereiste. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat de algemene heffingskorting zonder meer een vast bedrag is, terwijl deze afhankelijk is van het belastbaar inkomen. De vreemdeling had onvoldoende gemotiveerd welk bedrag aan heffingskorting van toepassing was. Tevens had de rechtbank buiten de grenzen van het geschil gehandeld door te oordelen over het niet horen in bezwaar zonder dat dit was aangevoerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de mvv-aanvraag stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.