ECLI:NL:RVS:2016:2723

Raad van State

Datum uitspraak
15 september 2016
Publicatiedatum
13 oktober 2016
Zaaknummer
201606592/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.J. Parkins-de Vin
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.37f VV 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 28 juli 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit op 23 augustus 2016 gegrond en vernietigde het, met de opdracht aan de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De voorzieningenrechter overwoog dat het niet uitgesloten is dat het hoger beroep succesvol zal zijn en dat de staatssecretaris terecht de aanvraag heeft afgewezen.

De schriftelijke uiteenzetting van de vreemdeling gaf geen bijzondere belangen aan die schorsing van de uitspraak zouden moeten verhinderen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst en de staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

201606592/2/V2.
Datum uitspraak: 15 september 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 augustus 2016 in zaak nr. 16/16828 in het geding tussen:
[vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 28 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 23 augustus 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De staatssecretaris heeft, voor zover hier van belang, bij regeling van 10 februari 2016, nummer 732095, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: VV 2000; Stcrt. 2016, 8083), Marokko aangemerkt als veilig land van herkomst in de zin van artikel 3.37f, derde lid, van het VV 2000. De rechtbank heeft deze regeling onverbindend verklaard, voor zover de staatssecretaris daarin Marokko als veilig land van herkomst heeft aangemerkt, het besluit van 28 juli 2016 vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris opnieuw op de aanvraag van de vreemdeling moet beslissen.
2. Het verzoek van de staatssecretaris komt erop neer dat hij de voorzieningenrechter verzoekt om de aangevallen uitspraak bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.
Gelet op hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd, valt niet uit te sluiten dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de staatssecretaris terecht de aanvraag van de vreemdeling heeft afgewezen. Gelet hierop en nu de schriftelijke uiteenzetting van de vreemdeling geen blijk geeft van bijzondere belangen die er thans toe nopen dat schorsing van de aangevallen uitspraak achterwege moet blijven, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen. Deze toewijzing brengt mee dat de staatssecretaris geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 augustus 2016 in zaak nr. 16/16828.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Yildiz
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2016
594.