ECLI:NL:RVS:2016:2786

Raad van State

Datum uitspraak
20 oktober 2016
Publicatiedatum
20 oktober 2016
Zaaknummer
201606811/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.J. Parkins-de Vin
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 3.37f Voorschrift Vreemdelingen 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 31 juli 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 augustus 2016 het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank eerder een regeling had vernietigd waarin Marokko als veilig land van herkomst was aangewezen. De uitspraak van de rechtbank was hierdoor onzeker en het was niet uitgesloten dat deze niet in stand zou blijven. De vreemdeling gaf geen bijzondere belangen aan die onmiddellijke uitvoering van de uitspraak rechtvaardigden.

Daarom besloot de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris in afwachting van het hoger beroep geen nieuw besluit hoeft te nemen over de aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 20 oktober 2016 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft in afwachting van het hoger beroep geen nieuw besluit te nemen over de asielaanvraag.

Uitspraak

Bij deze uitspraak is een persbericht uitgebracht.
201606811/2/V2.
Datum uitspraak: 20 oktober 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 31 augustus 2016 in zaak nr. 16/17065 in het geding tussen:
[vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 31 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
Bij uitspraak van 31 augustus 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De staatssecretaris heeft, voor zover hier van belang, bij regeling van 10 februari 2016, nummer 732095, (Stcrt. 2016, 8083) Marokko aangewezen als veilig land van herkomst in de zin van artikel 3.37f, derde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. De rechtbank heeft bij uitspraak van 23 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9971, deze regeling onverbindend verklaard, voor zover de staatssecretaris daarin Marokko als veilig land van herkomst heeft aangewezen. Daarom heeft de rechtbank in de aangevallen uitspraak het besluit van 31 juli 2016 vernietigd. De voorzieningenrechter van de Afdeling heeft bij uitspraak van 15 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2723, de uitspraak van de rechtbank van 23 augustus 2016 geschorst, omdat niet valt uit te sluiten dat laatstgenoemde uitspraak niet in stand zal blijven. Dat oordeel is ook van betekenis voor deze zaak.
Het voorliggende verzoek begrijpt de voorzieningenrechter aldus dat het geen verdere strekking heeft dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep aan de aldus bestreden uitspraak geen gevolg hoeft te geven.
2. Gelet op hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd, valt niet uit te sluiten dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven. Gelet hierop en nu de schriftelijke uiteenzetting van de vreemdeling geen blijk geeft van bijzondere belangen die er thans toe nopen dat aan de aangevallen uitspraak gevolg wordt gegeven voordat op het hoger beroep is beslist, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Bosma
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2016
572-691.