ECLI:NL:RVS:2016:2760
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
Bij besluit van 8 mei 2015 wees het college een Wob-verzoek van appellant deels af. Het bezwaar tegen dit besluit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard en dat de akte van eed of belofte wel relevant is voor de beoordeling van de verkeersboete.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemachtigde van appellant, die veelvuldig verkeersboetes aanvocht en Wob-verzoeken indiende, misbruik maakte van de bevoegdheid door het Wob-verzoek te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Het verzoek was vaag geformuleerd en bemoeilijkte tijdige besluitvorming. Bovendien was de gemachtigde bekend met de juiste procedures voor het opvragen van stukken in verkeersboetezaken, waardoor het gebruik van de Wob als grondslag bewust was.
De Afdeling bevestigde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.