ECLI:NL:RVS:2016:2793
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009 ondanks bewijsgebrek appellant
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 herzien en vastgesteld op nihil omdat appellant niet kon aantonen dat zij kosten voor kinderopvang had gemaakt.
Appellant voerde aan dat zij door vertraging van de dienst en verhuizing niet in staat was de benodigde bewijsstukken te overleggen en stelde dat zij contante betalingen aan haar ouders als gastouders had gedaan. De rechtbank had appellant de gelegenheid gegeven bewijsstukken te overleggen, maar zij slaagde hier niet in.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Belastingdienst binnen de wettelijke termijn van vijf jaar bevoegd was het voorschot te herzien en dat het aan appellant was om met objectieve gegevens, zoals bankafschriften of kwitanties, aan te tonen dat zij kosten had gemaakt. Het ontbreken van bewijsstukken was voor haar rekening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.