ECLI:NL:RVS:2016:2851
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling verantwoordelijk voor faciliteren oorlogsmisdrijven door tolken bij Syrische veiligheidsdienst
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit en Koerdische afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris werd afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege zijn rol als tolk bij de Syrische politieke veiligheidsdienst tussen 2011 en 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Raad voor de Rechtspraak oordeelt dat de vreemdeling door zijn tolkenwerkzaamheden een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de mishandelingen en martelingen tijdens verhoren, waarmee hij persoonlijk heeft deelgenomen aan oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid.
De Raad stelt dat het niet vereist is dat de vreemdeling het oogmerk had om de misdrijven te plegen of de gevolgen ervan te aanvaarden. Ook onder dwang handelen ontslaat niet van aansprakelijkheid indien de vreemdeling zich had kunnen onttrekken aan de dreiging. De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 23 december 2014 blijft in stand.