ECLI:NL:RVS:2016:2895
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 en 2009
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek om herziening van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 en 2009 door de Belastingdienst/Toeslagen. De rechtbank had eerder het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Appellante voerde onder meer aan dat de Afdeling niet onafhankelijk was en dat de Belastingdienst/Toeslagen niet bevoegd was tot herziening vanwege overschrijding van beslistermijnen. Deze bezwaren werden verworpen. De Afdeling oordeelde dat de herzieningen binnen de wettelijke termijn van vijf jaar waren verricht en dat de dienst bevoegd bleef om de voorschotten te herzien en definitief vast te stellen.
Verder stelde appellante dat zij niet duidelijk was geïnformeerd over de gronden van de herziening en dat zij niet kon aantonen dat zij kosten had gemaakt op basis van een geldige overeenkomst. De Afdeling stelde dat de Belastingdienst/Toeslagen voldoende informatie had verstrekt en dat appellante niet had aangetoond dat zij een overeenkomst had die voldeed aan de wettelijke eisen. Ook het ontbreken van bewijs van kosten werd haar tegengeworpen.
Ten slotte werd het standpunt van appellante dat zij recht had op vertrouwen in de voorschotten verworpen, evenals haar betoog dat de dienst een onderzoeksplicht had voorafgaand aan de herziening. De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.