ECLI:NL:RVS:2016:2907
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs arbeid vreemdeling
De minister legde appellant een boete op van €9.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling arbeid zou hebben verricht zonder vergunning. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €6.000 en later vastgesteld op €2.000 voor een andere vreemdeling, waarvan de boete niet werd bestreden.
Appellant voerde aan dat de vreemdeling slechts uit beleefdheid een volle vuilniszak had verwisseld in een voor het publiek toegankelijke ruimte, zonder opdracht of dienstbetrekking. De Raad van State oordeelde dat het boeterapport onvoldoende bewijs bevat dat de vreemdeling arbeid in de zin van de Wav heeft verricht en dat er twijfel bestaat over de overtreding.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de boete vastgesteld op €4.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €4.000 wegens onvoldoende bewijs van arbeid door de vreemdeling zonder vergunning.