ECLI:NL:RVS:2016:2935
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken bijzondere individuele omstandigheden
De vreemdeling, minderjarig, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde gevaar te lopen in Sri Lanka vanwege de betrokkenheid van haar vader bij de LTTE en zijn vermissing sinds 2006, evenals haar illegale uitreis en het ontbreken van identiteitsdocumenten.
De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe elementen of bevindingen. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten ontbraken in de motivering van de staatssecretaris.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris wel degelijk deze bijzondere omstandigheden heeft meegewogen en dat de vreemdeling onvoldoende nieuwe elementen heeft aangedragen om het vermoeden van bijzondere omstandigheden te rechtvaardigen. Daarom is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 10 maart 2016 wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.