ECLI:NL:RVS:2016:2957
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming planschade na bestemmingsplanwijziging
Rapenburg, eigenaar van panden aan de Prins Hendrikkade te Amsterdam, verzocht om een tegemoetkoming in planschade na het vervallen van de gebruiksmogelijkheid voor woondoeleinden in het bestemmingsplan Groot Waterloo. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde in hoger beroep dat de planologische verslechtering vanaf januari 2007 voorzienbaar was voor een redelijk handelend koper, mede op grond van openbaar gemaakte conceptontwerpen en het huis-aan-huisblad Stadsdeelnieuws. De rechtbank had het advies van het Kenniscentrum voor Overheid en Bestuur onvoldoende betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de voorzienbaarheid van de planologische wijziging niet uitsluitend aan deskundigen kan worden overgelaten en dat de openbaarmaking via het Stadsdeelnieuws voldoende was om Rapenburg op de hoogte te stellen. Daarom was de schade ten tijde van aankoop voorzienbaar en komt deze voor rekening van Rapenburg.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van Rapenburg ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van Rapenburg wordt ongegrond verklaard omdat de planschade voorzienbaar was en voor haar rekening komt.