ECLI:NL:RVS:2016:2968
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging voor rechtsbijstand in bezwaarprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand in een bezwaarprocedure. De raad had de aanvraag afgewezen omdat appellant zijn belang redelijkerwijs zelf kon behartigen zonder advocaat. De rechtbank had deze afwijzing bevestigd.
Appellant stelde dat de bezwaarprocedure juridisch complex was, mede vanwege het betoog dat het eerdere besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, en dat hij daarom een advocaat nodig had. De Afdeling oordeelde dat de toevoeging was aangevraagd voor de bezwaarprocedure tegen het besluit van 16 oktober 2014 en dat de rechtbank deze procedure had moeten beoordelen.
De Afdeling stelde vast dat het enkele betoog van appellant over juridische complexiteit onvoldoende was om toevoeging te rechtvaardigen. Ook het verwijzen naar jurisprudentie en het beleid van de raad over uitgebreide motivering volstond niet. De Afdeling concludeerde dat appellant zijn belang zelf kon behartigen, al dan niet met hulp van een niet-advocaat, en bevestigde de eerdere uitspraak.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de toevoeging omdat geen bijzondere juridische of feitelijke complexiteit is vastgesteld.