ECLI:NL:RVS:2016:2976
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR na verkeersgedragingen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 31 maart 2015 een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een schriftelijke mededeling van de politie over vermoedens van onvoldoende rijvaardigheid. Dit volgde op een politieproces-verbaal waarin werd vastgesteld dat appellant een rood kruis boven een rijstrook negeerde, onjuist invoegde en met een niet aangepaste snelheid reed, waardoor andere voertuigen moesten remmen.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het CBR werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Het CBR voerde aan dat appellant geen procesbelang meer had omdat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard wegens niet-betaling van de EMG, maar de Raad van State oordeelde dat appellant wel degelijk belang had bij het beroep omdat het besluit van 31 maart 2015 de basis vormt voor de verplichting tot het volgen van de EMG.
De Raad van State bevestigde dat het CBR terecht heeft geconcludeerd dat appellant herhaaldelijk gedragingen vertoonde die in strijd zijn met essentiële verkeersregels en verkeerstekens, zoals negeren van het rode kruis en onjuist invoegen. De rechtbank heeft volgens de Raad van State terecht geoordeeld dat het opleggen van de EMG geen belangenafweging toelaat en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het CBR tot oplegging van de EMG wegens herhaaldelijk onjuist rijgedrag.