ECLI:NL:RVS:2010:BN0473
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan belang na schrapping tableau advocaat
Appellant verzocht om ontheffing voor het behalen van 16 opleidingspunten in 2007, maar dit verzoek werd grotendeels afgewezen door de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat appellant definitief van het tableau was geschrapt, waardoor hij geen belang meer had bij de beoordeling van het bestreden besluit.
Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat ten onrechte tweemaal griffierecht werd geheven, dat de rechtbank onrechtmatig door een enkelvoudige kamer was samengesteld en dat de uitspraak onjuist was gedaan. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, onder verwijzing naar de toepasselijke wettelijke bepalingen en jurisprudentie.
De Afdeling oordeelde dat het recht op toegang tot de rechter niet werd geschonden door de heffing van tweemaal griffierecht, dat de enkelvoudige kamer bevoegd was en dat de uitspraak tijdig en openbaar was gedaan. Tevens werd bevestigd dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van het beroep omdat de schrapping van het tableau onherroepelijk was geworden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan belang.