ECLI:NL:RVS:2016:2988
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- F.C.M.A. Michiels
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen projectplan versterking Waddenzeedijk Texel secties 1-8 en 10
Het geschil betreft het projectplan voor de versterking van de Waddenzeedijk op Texel, specifiek secties 1 tot en met 8 en sectie 10, vastgesteld door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland. Het Koninklijk Nederlands Instituut voor onderzoek der Zee (NIOZ) heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 februari 2016, omdat het niet instemt met de gekozen versterkingsmaatregelen voor sectie 10 en een alternatief plan wenst waarbij de voorlanddijk een waterkerende functie krijgt ter bescherming van het NIOZ-terrein en het achterland.
De Raad van State overweegt dat het doel van het projectplan is om te voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet voor de primaire waterkering en dat het NIOZ-alternatief dit doel overstijgt door ook buitendijkse gronden te beschermen. Het alternatievenonderzoek is zorgvuldig uitgevoerd en het NIOZ-alternatief is terecht buiten beschouwing gelaten vanwege hogere kosten, technische onzekerheden en het ontbreken van een redelijke haalbaarheid binnen het kader van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma.
Verder is geoordeeld dat het NIOZ voldoende gelegenheid heeft gehad om het alternatief nader te onderzoeken binnen een termijn van zes maanden en dat het college niet verplicht was de kosten van dit onderzoek te dragen. Ook is het betoog dat de ontsluiting van de NIOZ-haven in het projectplan had moeten worden meegenomen verworpen omdat dit niet tot het doel van het projectplan behoort.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van het NIOZ tegen het projectplan dijkversterking Texel wordt ongegrond verklaard.