ECLI:NL:RVS:2019:1781
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing en ontvankelijkheid van besluiten voor windpark N33 en toepassing rijkscoördinatieregeling
Bij besluit van 10 februari 2017 verleende het waterschap Hunze en Aa’s een watervergunning aan Innogy voor het lozen van hemelwater van een transformatorstation voor het windpark N33. Vervolgens stelden de ministers het inpassingsplan vast en verleenden zij vergunningen en ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het windpark N33 omvat 35 windturbines verdeeld over drie clusters in de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt.
Diverse appellanten, waaronder bewoners, ondernemers en belangenorganisaties zoals Platform Tegenwind, maakten bezwaar tegen deze besluiten. Zij voerden onder meer aan dat zij niet-ontvankelijk zijn verklaard, dat het plan geen draagvlak heeft, dat nut en noodzaak ontbreken vanwege alternatieven zoals zonne-energie, en dat de rijkscoördinatieregeling onterecht is toegepast omdat het windpark uit drie clusters zonder samenhang zou bestaan.
De Afdeling oordeelt dat een aantal beroepen niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belanghebbendheid, onder meer voor personen die op meer dan tien keer de tiphoogte afstand wonen. De rijkscoördinatieregeling is terecht toegepast omdat het windpark als één productie-installatie met geografische en organisatorische samenhang kan worden aangemerkt. De Afdeling stelt dat het ontbreken van draagvlak niet leidt tot vernietiging van het plan en dat de ministers zich in redelijkheid op het standpunt konden stellen dat het plan bijdraagt aan de nationale duurzaamheidsdoelstellingen. Alternatieven zoals zonne-energie en windenergie op zee sluiten het nut en de noodzaak van het windpark N33 niet uit.
Verder oordeelt de Afdeling over procedurele aspecten, zoals de behandeling van zienswijzen, de onafhankelijkheid van het deskundigenbericht van de StAB, en de toepassing van het Verdrag van Aarhus. Het beroep tegen de besluiten wordt grotendeels afgewezen, waarbij de Afdeling de belangenafweging en motivering van de ministers als voldoende beschouwt.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten voor het windpark N33 worden grotendeels afgewezen en de besluiten blijven in stand.