ECLI:NL:RVS:2016:3041
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag voor ontbrekende overeenkomst voor derde kind
Appellant maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag voor drie kinderen, waarvan de toeslag voor het derde kind werd geweigerd omdat geen overeenkomst was opgesteld die voldoet aan de vereisten van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp).
De rechtbank oordeelde dat de door appellant overgelegde overeenkomst niet de noodzakelijke gegevens bevatte voor het derde kind, waardoor geen recht op toeslag bestaat. Appellant voerde aan dat de overeenkomst ook voor het derde kind geldt en dat hij mocht vertrouwen op de administratie van het gastouderbureau.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat de overeenkomst wettelijk gezien alle vereiste gegevens moet bevatten en dat het ontbreken hiervan niet kan worden gecompenseerd door andere documenten. Ook het betoog over het aantonen van betaling van kosten werd verworpen omdat de grondslag van het besluit op bezwaar niet was gewijzigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op kinderopvangtoeslag voor het derde kind wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst.