ECLI:NL:RVS:2016:3062
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens onbetaalde arbeid door vreemdeling in restaurantkeuken
De minister legde de vennootschap een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning in de keuken van het restaurant voedsel bereidde. De rechtbank matigde de boete tot €8.000, maar verklaarde het beroep van de vennootschap gegrond voor zover het de hoogte van de boete betrof.
De vennootschap voerde aan dat de vreemdeling alleen voor zichzelf en familie kookte en dat er geen sprake was van arbeid in de zin van de Wav. De Raad van State oordeelde dat de verklaringen van de arbeidsinspecteur, getuigen en de manager voldoende concreet waren om te concluderen dat de vreemdeling arbeid verrichtte die tot de normale bedrijfsvoering van het restaurant behoorde. Het feit dat de arbeid onbetaald en ongevraagd was, deed hieraan niet af.
Verder stelde de vennootschap dat de boete verder gematigd moest worden omdat de arbeid marginaal, incidenteel en in familieverband was verricht. De Raad van State verwierp dit omdat de arbeid niet eenmalig was en op meerdere dagen plaatsvond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning.