ECLI:NL:RVS:2016:3074
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens gezinsband pleegkind-pleegvader
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat volgens hem geen feitelijke gezinsband bestond tussen de vreemdeling en haar pleegvader, de referent. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat er wel een pleegkind-pleegvader relatie bestond en dat alleen toestemming van de biologische moeder nodig was omdat de vader geen gezag had.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gegeven over de feitelijke gezinsband en het gezag van de biologische vader, en dat hij de motivering van zijn standpunt beter wil onderbouwen bij een nieuw besluit. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank inderdaad haar eigen oordeel had gegeven en dat de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat de biologische vader geen gezag had of geen toestemmingsverklaring kon geven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank niet, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.