ECLI:NL:RVS:2016:3112
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging correctiebesluit staatssecretaris wegens ontbrekende wettelijke grondslag
De stichting, het bevoegd gezag van een scholengroep, kreeg een correctie van €101.616,00 opgelegd door de staatssecretaris op de rijksbijdrage wegens een overschrijding van de bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen zoals vastgelegd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt).
De Inspectie van het Onderwijs stelde vast dat de totale beloning van de voorzitter van het college van bestuur in 2011 hoger was dan de norm, wat leidde tot het besluit van de staatssecretaris om dit bedrag in mindering te brengen op de bekostiging. De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting ongegrond, maar de stichting ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat artikel 21, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit Wvo niet als grondslag kan dienen voor de correctie, omdat de Wet op het voortgezet onderwijs (Wvo) geen bepaling bevat die vereist dat de bekostiging doelmatig moet worden besteed. Hierdoor ontbreekt een wettelijke basis voor de correctie wegens ondoelmatigheid.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en bepaald dat tegen een nieuw besluit alleen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak kan worden ingesteld. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot correctie van de rijksbijdrage wegens ondoelmatige besteding wordt vernietigd wegens ontbrekende wettelijke grondslag.