ECLI:NL:RVS:2016:3122
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst in 2011
Appellante had een voorschot kinderopvangtoeslag voor 2011 aangevraagd, maar de Belastingdienst/Toeslagen herzag dit voorschot en stelde het op nihil vanwege het ontbreken van een geldige overeenkomst zoals vereist door de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp).
Appellante overlegde meerdere versies van een overeenkomst met het kindercentrum, maar deze waren allemaal na afloop van het toeslagjaar 2011 opgesteld, wat betekent dat zij niet als bewijs konden dienen dat de opvang in 2011 daadwerkelijk op basis van een overeenkomst heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde daarom terecht dat appellante geen recht had op de toeslag.
Appellante voerde aan dat het niet aan haar te wijten was dat de overeenkomsten achteraf waren opgesteld, maar de Raad van State stelde dat het risico hiervoor bij appellante ligt. Ook het bezwaar dat de Belastingdienst/Toeslagen niet hoefde te horen werd verworpen omdat er geen redelijke twijfel bestond over de afwijzing.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.