ECLI:NL:RVS:2016:3187
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag wegens onvoldoende bewijs huurbetaling
Appellant huurde in 2014 een woning en ontving daarvoor huurtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot huurtoeslag naar nihil omdat appellant niet kon aantonen dat hij huur had betaald. Appellant stelde contant te hebben betaald en overhandigde kwitanties, maar kon dit niet onderbouwen met bankafschriften.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn bewijsplicht en wees het beroep af. Appellant stelde in hoger beroep dat de wet niet vereist dat huur giraal wordt betaald en dat hij niet op deze voorwaarde was gewezen, wat strijdig zou zijn met het evenredigheidsbeginsel. Ook stelde hij dat de verklaring van de verhuurder wel degelijk verifieerbaar is.
De Raad van State oordeelde dat de bewijsplicht voortvloeit uit de wet en dat appellant deze niet heeft voldaan. De verklaring van de verhuurder kon niet worden geverifieerd door appellant en hij had geen relevante bankafschriften overgelegd. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van huurtoeslag wordt bevestigd.