ECLI:NL:RVS:2016:3222
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 28 juli 2016 werd aan een vreemdeling die bij Eindhoven Airport de toegang tot Nederland werd geweigerd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, eerst met plaatsaanduiding bij de Koninklijke Marechaussee Eindhoven en vervolgens in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf het begin onrechtmatig was, omdat organisatorische redenen geen rechtvaardiging vormen voor vrijheidsontneming.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de maatregel noodzakelijk was omdat de vreemdeling pas op 31 juli 2016 kon terugvliegen naar Macedonië en de lounge op Eindhoven Airport slechts bedoeld is voor kort verblijf, niet voor meerdere nachten. De Raad van State overwoog dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de jurisprudentie die stelt dat de lounge ongeschikt is voor langdurig verblijf en dat de vrijheidsontneming daarom gerechtvaardigd was vanaf 28 juli 2016 tot 31 juli 2016.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van €560,00 en kende een vergoeding van €320,00 toe voor de periode van 31 juli tot 4 augustus 2016, toen de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel was vanaf het begin gerechtvaardigd tot 31 juli 2016; vergoeding toegekend voor periode 31 juli tot 4 augustus 2016.