ECLI:NL:RVS:2016:3280
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beschikbaarheid medicijn etanercept in Armenië bij aanvraag verblijfsvergunning
De vreemdeling, met de Armeense nationaliteit, vroeg op 14 augustus 2015 een verblijfsvergunning regulier aan met het verblijfsdoel 'humanitair tijdelijk' vanwege medische behandeling. De staatssecretaris wees de aanvraag af en weigerde uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat er onvoldoende duidelijkheid was over de beschikbaarheid van het medicijn etanercept in Armenië.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het Bureau Medische Advisering (BMA) had vastgesteld dat het medicijn beschikbaar is in een apotheek in Yerevan. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het medicijn duur is en alleen op bestelling verkrijgbaar, maar medisch-technisch wel beschikbaar is.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende had vergewist van de zorgvuldigheid en inhoud van het BMA-advies. Het door de vreemdeling overgelegde telefoongesprek met een apotheekmedewerker bood geen concreet aanknopingspunt om het advies te betwijfelen. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 6 december 2016 in het openbaar gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.