ECLI:NL:RVS:2016:3298
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding immateriële schade na onrechtmatige gebiedsontzegging centrum Maastricht
De burgemeester legde op 30 november 2014 een gebiedsontzegging op aan appellant voor het centrum van Maastricht vanwege ordeverstoring door openlijke geweldpleging of (zware) mishandeling. Deze gebiedsontzegging gold voor zes weekenden en werd later ingetrokken op grond van een sepotbeslissing wegens onvoldoende bewijs.
Appellant vorderde vergoeding van immateriële schade wegens deze onrechtmatige beperking van zijn bewegingsvrijheid. De rechtbank oordeelde dat appellant weliswaar ongerief en psychisch ongemak had ervaren, maar dat de beperking niet ernstig genoeg was voor schadevergoeding, mede omdat de duur beperkt was en appellant buiten het centrum kon verblijven.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn sociale leven zich in het centrum afspeelde en dat de burgemeester onderzoek had moeten doen naar het strafrechtelijk onderzoek. De Raad van State overweegt dat de rechtbank terecht aansluiting heeft gezocht bij het civiele schadevergoedingsrecht en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zodanig is aangetast dat vergoeding op zijn plaats is.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat het niet mogen betreden van een stadscentrum niet vergelijkbaar is met een huisverbod. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding van immateriële schade wordt bevestigd.