ECLI:NL:RVS:2010:BN4952
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding immateriële schade na onrechtmatige gebiedsontzegging
De burgemeester legde aan appellant twee gebiedsontzeggingen op voor het centrum van Weert, welke later onrechtmatig werden verklaard. Appellant vorderde vergoeding van immateriële schade wegens de beperkingen in zijn bewegingsvrijheid en de impact op zijn dagelijks leven.
De rechtbank oordeelde dat de gebiedsontzeggingen slechts een beperkt gebied en korte periode betroffen, zonder aantoonbare ernstige gevolgen voor appellant. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een aantasting van zijn eer of goede naam of een ernstige persoonlijke aantasting zoals vereist onder artikel 6:106 BW Pro.
De Raad overweegt dat het verzoek om schadevergoeding moet worden beoordeeld aan de hand van het civiele schadevergoedingsrecht en dat de beperkingen niet zodanig waren dat een vergoeding gerechtvaardigd is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding van immateriële schade bevestigd.