ECLI:NL:RVS:2016:3302
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Appellant verzocht de minister om openbaarmaking van documenten via een Wob-verzoek met betrekking tot een verkeersboete. De minister wees het verzoek aanvankelijk af, maar herzag dit deels na bezwaar en verstrekte een document. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde zich de vraag of het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens misbruik van recht. Uit de feiten bleek dat de gemachtigde van appellant, een ervaren rechtsbijstandverlener, talrijke Wob-verzoeken en procedures had gevoerd, en dat het Wob-verzoek was ingediend met het doel om beroepen tegen de verkeersboete te motiveren, terwijl hiervoor specifieke wettelijke bepalingen bestaan. Het verzoek was vaag geformuleerd en gericht aan een onjuist postadres, wat de besluitvorming bemoeilijkte.
De Afdeling oordeelde dat de gemachtigde de bevoegdheid om Wob-verzoeken in te dienen en hoger beroep in te stellen had gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheden zijn gegeven, namelijk het behalen van proceskostenvergoedingen en dwangsommen via een 'no cure no pay' constructie. Dit werd aangemerkt als misbruik van recht, dat ook aan appellant moest worden toegerekend.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek.