ECLI:NL:RVS:2016:3303
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
De minister van Veiligheid en Justitie reageerde op verzoeken van een wederpartij om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Na diverse besluiten en uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant, waarin de minister deels in het ongelijk werd gesteld, stelde de minister hoger beroep in tegen de uitspraak van 4 augustus 2015.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of het beroep ontvankelijk was, waarbij de minister stelde dat sprake was van misbruik van recht door de wederpartij. Dit misbruik zou blijken uit het procesgedrag, waaronder het indienen van vele Wob-verzoeken en procedures, het gebruik van algemene machtigingen, het verzenden van verzoeken naar verkeerde faxnummers en postbusadressen, en het indienen van verzoeken namens anderen zonder duidelijke motivatie.
De Afdeling oordeelde dat de wederpartij de bevoegdheid tot het indienen van Wob-verzoeken en het instellen van beroep had gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven, namelijk het creëren van procedures en het verkrijgen van proceskostenvergoedingen. Dit vormde misbruik van recht, waardoor het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep niet-ontvankelijk verklaard, en het besluit van 2 november 2015 van de minister vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken en hoger beroep.