ECLI:NL:RVS:2016:3391
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor bezwaar rijvaardigheidsonderzoek CBR
Appellant verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand om bezwaar te maken tegen het besluit van het CBR tot oplegging van een rijvaardigheidsonderzoek en schorsing van zijn rijbewijs. De raad wees de aanvraag af omdat het belang redelijkerwijs door appellant zelf kon worden behartigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het rijvaardigheidsonderzoek en de schorsing niet worden aangemerkt als een strafrechtelijke vervolging in de zin van artikel 6 EVRM Pro, zodat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is en de zaak niet als juridisch complex kan worden beschouwd. Het beleid van de raad is dat voor zaken tegen het CBR in beginsel geen toevoeging wordt verleend, tenzij de advocaat gemotiveerd kan aantonen dat de zaak feitelijk of juridisch complex is.
Appellant stelde dat de maatregel punitief is en dat de raad onterecht vooruitloopt op de uitkomst van de bezwaarprocedure, wat het beginsel van equality of arms zou schenden. De Afdeling verwierp deze stellingen en bevestigde dat de raad beoordelingsvrijheid heeft en dat het beginsel van equality of arms niet geldt in de bezwaarfase.
Ook het beroep op artikel 6 lid 3 EVRM Pro voor kosteloze rechtsbijstand werd verworpen omdat geen sprake is van een strafrechtelijke vervolging. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag om toevoeging voor rechtsbijstand omdat de zaak niet juridisch complex is.