ECLI:NL:RVS:2016:3424
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over een boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete was oorspronkelijk vastgesteld op €24.000,00 en door de rechtbank verminderd tot €16.000,00.
De overtreding bestond uit het feit dat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte die niet vielen onder de verleende tewerkstellingsvergunning als frituurkok. De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze niet verder. De appellant stelde dat de werkzaamheden slechts incidenteel anders waren en dat de boete onterecht was.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet slechts incidenteel andere werkzaamheden had verricht, waaronder als nasi/bamikok en wokkok, en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de boete. Wel matigde de Afdeling de boete met 25% vanwege het feit dat de vreemdeling correct was verantwoord en verloond. Tevens vernietigde de Afdeling het deel van de uitspraak waarin de minister niet werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en veroordeelde de minister alsnog tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd en de boete wordt definitief vastgesteld op €12.000,00. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal €1.488,00 en het griffierecht van €251,00.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €12.000,00 met matiging en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.