ECLI:NL:RVS:2016:3477
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- G. Snijders
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door onjuiste ingangsdatum machtiging voorlopig verblijf
Appellante verzocht de rechtbank om vergoeding van schade die zij had geleden door een onjuiste ingangsdatum van haar machtiging tot voorlopig verblijf, waardoor haar toegang tot het Schengengebied werd geweigerd. De rechtbank kende haar een vergoeding van € 381,68 toe.
In hoger beroep erkende de staatssecretaris aansprakelijkheid maar was het geschil over de hoogte van de vergoeding, met name de verdeling van de schade en de vergoeding van juridische bijstand. De Raad van State oordeelde dat appellante nalatig was in het controleren van haar reisdocument, maar dat een vergoeding van 75% van de schade redelijk is.
Verder werd geoordeeld dat de kosten van juridische bijstand wel degelijk voor vergoeding in aanmerking komen, ook al waren deze nog niet betaald en werd een toevoeging gebruikt. De Raad van State verhoogde de schadevergoeding tot € 1.535,03 en veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.535,03 aan appellante wegens een onrechtmatig besluit.