ECLI:NL:RVS:2020:3063
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door onjuiste einddatum terugkeervisum na onrechtmatig besluit
Appellant diende op 4 juli 2018 aanvragen in voor terugkeervisums voor zijn echtgenote en minderjarige zoons. De staatssecretaris verleende deze direct, maar op het visum van zoon 2 stond per abuis een verkeerde einddatum, waardoor hij op 19 augustus 2018 werd geweigerd bij terugvlucht vanuit Turkije. Hierdoor verbleven appellant en zoon 2 langer in Turkije en moest appellant een inreisvisum aanvragen.
Appellant vorderde schadevergoeding wegens extra kosten zoals vliegtickets, hotelverblijf, taxi, pasfoto's en extra opgenomen vakantiedagen. De rechtbank kende slechts een deel van de schade toe. In hoger beroep betwistte appellant de afwijzing van enkele schadeposten, maar de Afdeling oordeelde dat hij onvoldoende bewijs leverde voor hotel- en taxikosten. Wel werd de vergoeding voor extra vakantiedagen toegekend, waarbij de Afdeling oordeelde dat appellant niet nalatig was in het beperken van schade.
De Afdeling stelde vast dat appellant mede verantwoordelijk was voor de schade door het niet tijdig controleren van het visum, waardoor de schade deels aan hem kan worden toegerekend. Daarom werd de vergoeding verminderd tot 50% van de schadepost. De Afdeling vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de staatssecretaris tot een schadevergoeding van €1.330,70, inclusief proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.330,70 aan appellant wegens het onrechtmatige besluit.