ECLI:NL:RVS:2016:351
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake uitzettingsbesluit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met het bevel tot heroverweging.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een aanvullende diagnose van een vroegkinderlijke reactieve hechtingsstoornis als een nieuw relevant feit had aangemerkt. Volgens het Bureau Medische Advisering leidde deze diagnose niet tot een verslechtering van de gezondheidstoestand die het eerdere besluit zou kunnen wijzigen.
De Afdeling stelde vast dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden beïnvloeden. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het uitzettingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.