ECLI:NL:RVS:2016:359
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging eerdere besluiten en handhaving omgevingsvergunning voor vrijstaande berging met veranda te Doorn
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 19 december 2012 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande berging op een perceel te Doorn. Appellant en een andere partij maakten bezwaar tegen dit besluit, dat het college op 3 december 2013 ongegrond verklaarde. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk, vernietigde het besluit van 3 december 2013 en stelde het college in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat het college ten onrechte had aangenomen dat voor het bouwplan geen vergunning nodig was en dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan wegens overschrijding van de maximale oppervlakte van bijgebouwen. Het college moest onderzoeken of op grond van de Wabo en het Bor een afwijkingsvergunning kon worden verleend.
Na een nieuw besluit van het college in september 2015, gewijzigd in november 2015, werd een vergunning verleend voor een vrijstaande berging met veranda. Appellant en partij voerden aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en in strijd met het gemeentelijk beleid voor planologische afwijkingen. De Afdeling oordeelde dat het college de vergunning zorgvuldig had voorbereid en dat het college op redelijke gronden van het beleid mocht afwijken vanwege bijzondere omstandigheden en beperkte ruimtelijke gevolgen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant gegrond, vernietigde eerdere besluiten van het college, maar wees het beroep tegen het besluit van september 2015, gewijzigd in november 2015, af. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant en partij en tot terugbetaling van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Eerdere besluiten van het college worden vernietigd, het beroep tegen de laatste omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard, met veroordeling tot proceskostenvergoeding.