ECLI:NL:RVS:2016:479
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing restitutie kosten basisexamen inburgering buitenland
Appellant heeft op 24 juni 2011 het basisexamen inburgering in het buitenland afgelegd en verzocht later om restitutie van de gemaakte kosten. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wees dit verzoek af omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de voorwaarde van het afleggen van het examen bij de aanvraag van haar verblijfsvergunning regulier.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zij niet redelijkerwijs bezwaar hoefde te maken omdat zij bij het besluit een verblijfsvergunning had gekregen en niet was geïnformeerd over de mogelijkheid tot bezwaar tegen de kosten van het examen. Tevens stelde zij dat de Compensatieregeling in strijd zou zijn met het EVRM en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat tijdig bezwaar tegen de inburgeringsplicht had moeten worden gemaakt om voor restitutie in aanmerking te komen. De Compensatieregeling beoogt alleen restitutie aan te bieden aan degenen die tegen de verplichting tot het examen bezwaar hebben gemaakt. Omdat appellant dit niet heeft gedaan, is het verzoek terecht afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het restitutieverzoek bevestigd.