ECLI:NL:RVS:2016:502
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E. Helder
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen reactieve aanwijzing bestemmingsplan Buitengebied Coevorden
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe gaf op 13 januari 2015 een reactieve aanwijzing aan de raad van de gemeente Coevorden over het bestemmingsplan Buitengebied, specifiek gericht op het perceel 478 met bestemming 'Bedrijf'. Dit perceel herbergt een composteerinrichting die volgens het college in strijd is met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV), artikel 3.26.
Het gemeentebestuur en andere appellanten stelden dat de aanwijzing niet tijdig was gegeven, onvoldoende concreet was en onterecht gebaseerd was op de Omgevingsvisie en de POV. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de aanwijzing tijdig en bevoegd was gegeven, dat de zienswijze van het college voldoende concreet was en dat de aanwijzing terecht was gebaseerd op artikel 3.26 van de POV.
De Afdeling stelde vast dat het composteerbedrijf planologisch gezien als nieuwe bedrijvigheid moet worden beschouwd omdat het gebruik niet binnen het bestemmingsplan viel en dat het bedrijf valt binnen milieucategorie 5.2. Het bestemmingsplan voorziet daardoor in nieuwe bedrijvigheid buiten een regionale werklocatie, wat volgens artikel 3.26, vijfde lid, van de POV verboden is. Daarom was de reactieve aanwijzing terecht en zijn de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de reactieve aanwijzing van het college zijn ongegrond verklaard en de aanwijzing blijft van kracht.