ECLI:NL:RVS:2016:523
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.T.J.M. Jurgens
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning voor aanleg vaarweg Bochtafsnijding Delftse Schie
Het college verleende op 14 januari 2015 een watervergunning voor de aanleg van de vaarweg Bochtafsnijding Delftse Schie, waarbij diverse ingrepen in het watersysteem zijn toegestaan. De Vereniging tegen Milieubederf en de Vereniging voor Natuur- en Milieubescherming Noordrand Rotterdam (tezamen VTM) stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege bezwaren tegen het beschermingsniveau tegen overstromingen en de mogelijke uitspoeling van zware metalen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna VTM hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het relativiteitsvereiste toepaste, maar dat dit niet leidt tot vernietiging van het besluit. De Afdeling stelde vast dat de veiligheidsnorm III voor de waterkering aan de oostzijde van de nieuwe vaarweg passend is gezien het agrarisch gebruik van het poldereiland en dat de hogere norm IV elders voldoende bescherming biedt.
Daarnaast werd geoordeeld dat de watervergunning adequaat voorziet in maatregelen tegen uitspoeling van zware metalen, waaronder sanering voorafgaand aan de aanleg en voorschriften voor verticale drainage. De Afdeling concludeerde dat het bestreden besluit voldoende bescherming biedt tegen wateroverlast en bodemverontreiniging en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de watervergunning wordt bevestigd.