ECLI:NL:RVS:2016:580
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat aanbod onderdak in vrijheidsbeperkende locatie aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling toereikend is
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bood een meerderjarige vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verbleef onderdak aan in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL), onder de voorwaarde dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland. De vreemdeling verzocht om onderdak en leefgeld, waarop de staatssecretaris bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een positieve verplichting had om meer te doen dan het aanbod in de VBL.
De Raad van State oordeelde dat het aanbod van onderdak in een VBL, ook gepaard gaande met een vrijheidsbeperkende maatregel, niet in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM. De vreemdeling draagt de bewijslast voor bijzondere omstandigheden zoals een psychische gesteldheid die hem tijdelijk ongeschikt maken om de gevolgen van zijn handelen te overzien. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris zijn besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat de vreemdeling niet gehoord was in bezwaar.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het aanbod van onderdak in een vrijheidsbeperkende locatie is toereikend.