ECLI:NL:RVS:2016:582
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid aanbod onderdak in vrijheidsbeperkende locatie aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bood een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende meerderjarige vreemdeling onderdak aan in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onder de voorwaarde dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland. De vreemdeling verzocht om onderdak en leefgeld, wat werd afgewezen door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat het aanbod van onderdak in een VBL, ook onder de voorwaarde van medewerking aan vertrek, niet in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM. De vreemdeling kan in beginsel niet worden gedwongen tot medewerking, maar bijzondere omstandigheden zoals psychische gesteldheid kunnen dit veranderen. De vreemdeling had echter geen zodanige bijzondere omstandigheden aangevoerd.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris het bezwaar van de vreemdeling had moeten horen, maar dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het aanbod van onderdak in een vrijheidsbeperkende locatie onder voorwaarden is rechtmatig.